‘Zien, zien’. Mijn oudste dochter één jaar oud. Na ‘mama’, ‘papa’ en ‘water’, was ‘zien’ zo’n beetje haar vierde woordje dat zij sprak.

Prachtig die verwondering van kinderen. Alles voor het eerst zien. Zo’n open blik. Nog niet gekleurd door eerdere ervaringen. Een ongestilde honger naar nieuwe ervaringen; nog een hele wereld te ontdekken.

Inmiddels negen jaar later. Het is al donker. Samen laten we de hond uit. We gaan bij het station kijken naar de treinen die het station verlaten of binnenrijden. Vol enthousiasme staat mijn dochter te zwaaien naar de mensen in de trein. ‘Mama, dat deed ik vroeger ook hè?!’ Met een glunderend gezicht kijkt ze mij aan. ‘Vroeger…., lieve meid voor mama lijkt het als de dag van gisteren’; hoor ik mijzelf denken. ‘Mama, alle mensen kijken alleen maar naar hun telefoon. Iedereen zit zo….’. Mijn dochter doet de mensen in de trein na. Gebogen hoofd. Kijkend naar hun telefoon. Een enkeling staart voor zich uit. Inmiddels een vertrouwd beeld. In de trein, op het station…… Alleen wat een bijzonder beeld eigenlijk…..

Ik vraag mij vervolgens af; kijken we alleen nog? Of kunnen we (elkaar) ook nog ZIEN….??

Weet je, ik gun het jou. En ik gun het mijzelf. Om elkaar en de wereld om ons heen (weer) te kunnen ZIEN. Met verwondering en een open blik. Alsof je iets of iemand voor eerst ziet. Wat zou je dan ZIEN?

Leuk als je wilt delen wat jij ziet!